Onze waarden

De discussie over waarden en normen lijkt welhaast mondiaal te worden, echter, de discussie blinkt vooralsnog niet uit in helderheid en diepgang. De meeste mensen hebben moeite met de definitie van het begrip en kunnen veelal niet duidelijk verwoorden wat dat begrip nu eigenlijk precies behelst.

In de eerste plaats moeten we vaststellen dat we het hier over morele waarden hebben. Normen zijn in dit kader niet zo interessant, ze zijn slechts de uitdrukking van waarden. Anders dan andere waarden zijn morele waarden uitsluitend persoonswaarden. Het zijn waarden van de handeling van de persoon of zijn karakter. Ten tweede: morele waarden vormen over het algemeen geen doel van concrete handelingen. Ze komen tot uitdrukking in de wijze waarop we de handelingen verrichten.  Morele waarden sturen dus ons handelen niet direct, maar indirect. Ze moeten al op de een of andere wijze in de persoon “aanwezig zijn”alvorens het tot handelen komt.

 

Eeuwenlang is het denken in West Europa beïnvloed door het gedachtegoed van Socrates die ondubbelzinnig verkondigde dat niet aan leven, maar aan rechtvaardig leven de hoogste waarde moest worden toegekend. Hij verkondigde dat het beter is onrecht te lijden dan onrecht te doen.  Hij zei dat men nooit onrecht mag doen: dat geen kwaad met kwaad mag worden vergolden, wat ook de consequenties zijn. Al zou men het met de dood moeten bekopen. Het christendom neemt dit 4 eeuwen later over en zo leefde de mens met deze moraal tot de Verlichting. De filosoof Hobbes toont aan dat de mens zich, ook al is het tegen zijn zin, aan een aantal morele regels heeft te houden teneinde zijn overleven veilig te stellen. Want als hij dat niet doet, komt uiteindelijk de maatschappelijke vrede in gevaar en vervalt de mensheid tot een toestand van oorlog, waarin hij zijn leven niet langer zeker kan zijn. Om deze reden van self-preservation dient de mens zich onder andere aan te passen, vergevingsgezind te zijn en niemand minachtend te bejegenen.  

In de eerste lijn van denken is sprake van een innerlijke strijd in de zin van een “hoger zelf”dat een “lager zelf” ter verantwoording roept en is de moraal een absolute waarde; in de tweede lijn van denken is er het individu dat de samenleving, de kerk, het feodale stelsel, de ouders, de school enzovoort ter verantwoording roept en is de moraal een afgeleide van het lijfsbehoud. Zodra dit laatste een ander handelen vraagt, kan de moraal overboord worden gezet. Overigens leek de eerste lijn tot voor kort toch vagelijk superieur aan de tweede. Nog heel lang zijn de klassieke en christelijke traditie de dominante intellectueel morele tradities gebleven in het Westen, ondanks alle vernieuwing en verandering. Echter, na de WO II en de culturele revolutie van 1968 zijn de oude waarden definitief overboord gezet.

 

Het gevolg is dat sinds kort generaties opgroeien, die noch van de klassieke traditie, nog van de christelijke traditie iets hebben meegekregen, generaties die het geheel en al moeten doen met de opvattingen van het Verlichtingsdenken. Dat de Verlichting dat zo niet had bedoeld doet niet ter zake.  Er is geen inner control meer. De noodzaak van sociale controle neemt dus toe, maar de acceptatie ervan neemt recht evenredig af, daar ze wordt uitgelegd als een zware inbreuk op de individuele vrijheid.

 

De mens- en maatschappijvisie van de Verlichtingsdenkers is anno nu tot een vanzelfsprekendheid geworden voor de meeste mensen. Echter, het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. De verworven vrijheid van de mens na de verlichting, het vrije denken, kan alleen maar tot bloei van diezelfde vrije mens leiden als hij zich, en ditmaal in alle vrijheid, verdiept in de moraliteit en de wijsheid van de oude tradities. Alleen dat leidt tot zelfstandig denken en tot de vrijheid die de verlichting bedoelde: liberté absolue de conscience. Vrijheid van denken maar met zelfdiscipline van de wetenschap dat jouw vrijheid ophoudt waar die van een ander begint. En dat ziet u terug in het voornaamste embleem van de Vrijmetselarij: de onwrikbare winkelhaak en de beweeglijke passer. De een vertegenwoordigt de moraal, de wet, de discipline; de ander het vrije denken, de creativiteit. Zonder gewetensvorming, zonder morele opvoeding kan de vrijheid niet voorbestaan, omdat de mens zonder geweten niet in staat is zichzelf te corrigeren en geen inner control heeft. En dat is onder andere waar het in de vrijmetselarij om draait.