Rituaal

 

Een zeer belangrijk kenmerk van de vrijmetselarij vormen de ritualen. Een rituaal is een geheel van handelingen waarmee iemand wordt aangenomen als leerling, wordt bevorderd tot gezel en wordt verheven tot meester vrijmetselaar. Het openen van een loge moet worden gezien als een proces van chaos naar orde en men zegt dan dat de loge wordt gevormd. Deze bijeenkomsten vinden plaats in een daartoe speciaal ingericht logegebouw. Daar het begrip handeling een wezenlijk bestanddeel vormt van ieder rituaal kun je het rituaal het best vergelijken met een dramatisering, zij het dan geen voorstelling die bestemd is voor een willekeurig publiek in een willekeurig theater. Het maçonnieke rituaal is een dramatisering van het menselijke leven waarbij alle aanwezigen meespelen en bij de gebeurtenis betrokken zijn. Men wordt niet meegesleept, men speelt mee.

Het rituaal wil iets wakker maken bij de medespelers, iets aan de oppervlakte brengen dat er wel is, doch dat onbewust wordt beleefd en nu aan de oppervlakte komt, als het ware in het licht treedt. En zo kan het rituaal, net als het symbool, op verschillende manieren worden vertaald, zal de één er totaal iets anders uithalen dan de ander en zal het vandaag heel anders worden beleefd dan gisteren of morgen. 

Sommige ritualen maken gebruik van mythen. Onze hersenen lossen mythische problemen, door gebruik te maken van dezelfde cognitieve functies, op precies dezelfde manier op als de hersenen doen om de fysieke wereld te verklaren. Het brein maakt gebruik van de mogelijkheid van de hersenen als causale of cognitieve operator, ofwel het vermogen om abstracte oorzaken te koppelen aan reële gebeurtenissen en van de binaire operator: het vermogen om voor complexe situaties eenvoudige oplossingen te bedenken.

Als krachtige mythen in een dramatische setting worden geplaatst, voelen we dat we deel worden aan de kern, aan “de waarheid” die het verhaal bevat. De belangrijkste functie van een ritueel is om een spiritueel verhaal om te zetten in een spirituele ervaring. Het verandert iets waar je in gelooft in iets dat je kunt voelen.

Een ritueel moet voldoen aan drie criteria:

  1. Het moet een specifieke vorm hebben. Het is tenslotte geen toneelstuk. Het vraagt van alle participanten een actie, anders gaat het fout. En het mag alleen op die wijze worden uitgevoerd. Iedereen voelt dat het anders niet zal werken.
  2. Er moet een sociale interactie zijn. Voor je inwijding ben je een gewoon mens, na je inwijding behoor je tot de broederschap.
  3. Het moet een spirituele dimensie bevatten. In de vrijmetselarij is dat niet persé God maar een ordenend principe waar iedereen zelf betekenis aan mag geven.

Er is nog een interessant aspect aan de ritualen. Het eindeloos repeteren van hetzelfde zou obsessief kunnen worden. Dit gebeurt echter niet. Enerzijds door de diversiteit van de rituelen, anderzijds door het feit dat de rituelen verwijzen naar een geheim dat geen geheim is. Dat klinkt wat paradoxaal maar in feite verwijst het geheim naar kennis die al lang in de mens aanwezig is.

Het uitvoeren van het ritueel verscherpt, als het goed is, de hele groep mensen in hun perceptie en aandacht en zulke mensen krijgen dus inderdaad een band. En dat noemen wij broederschap.