Wat is vrijmetselarij nu precies?

De vrijmetselaar werkt aan de Tempel der Volmaking, wat in de Beginselverklaring van het Groot Oosten der Nederlanden in 1917 werd verwoord als “dat het ieders plicht is om met toewijding te werken aan het welzijn van de gemeenschap en te bevorderen dat geestelijke armoede en zedelijke en stoffelijke ellende verkeren in geestelijke en zedelijke rijkdom en stoffelijke welstand”.  Lessing, zelf ook vrijmetselaar, verwoordde het in zijn boek “ Ernst en Falk” als volgt: “De vrijmetselarij is niet zo maar iets toevalligs en zeker niet iets overbodigs. Het is een onmisbaar fenomeen dat een integraal deel uitmaakt van het menselijk bewustzijn en van onze samenleving”.  Met deze woorden wordt gepoogd duidelijk te maken dat de vrijmetselarij haar leden “bijbrengt zich daadwerkelijk bezig te houden met het lenigen van zowel geestelijke als stoffelijke noden en bovendien dat haar adepten niet moeten zoeken daar datgene dat mensen scheidt, maar dienen te speuren naar datgene wat mensen verenigt.” (Aldus de beginselverklaring)

 

De vrijmetselarij kent een eeuwenlange traditie. Een stroming, niet gebonden aan enige politieke of godsdienstige beweging, die haar leden bewust maakt van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat wil niet zeggen dat een vrijmetselaar niet religieus denkt. Hij mag geloven, of niet geloven, wat hij wil, echter, hij probeert niet dogmatisch te denken of anderen van zijn leerstelling te overtuigen.  Daarom wordt in veel loges gebruik gemaakt van de term “Grote Architect van het Heelal” en in veel andere loges zelfs dat niet. Omdat de vrijheid van denken, of zoals vrijmetselaren zeggen het zelfstandig zoeken naar waarheid als essentieel wordt beschouwd. En zo kan de Vrijmetselarij dus gezien worden als een forum waar velen zich, ongeacht hun geestelijke achtergrond, thuis kunnen voelen. Een forum waar men mensen kan ontmoeten die men anders nooit ontmoet zou hebben.

 

De Vrijmetselarij kent twee belangrijke credo´s: ken uzelve en op u komt het aan. Het eerste zal iedereen duidelijk zijn maar het tweede credo heeft meer aspecten. In de eerste plaats zal iemand die in het lidmaatschap van de Orde is geïnteresseerd zelf het initiatief moeten nemen, niemand wordt voor het lidmaatschap gevraagd. Eenmaal lid zal de vrijmetselaar bij het ontplooien van initiatieven op maatschappelijk of sociaal gebied, zoals vrijmetselaren zeggen het werk in het Westen, ook zelf in beweging moeten komen. De loge zal hem misschien de weg wijzen, men moet zelf iets ondernemen.

 

De Vrijmetselarij werkt met twee verschillende soorten symboliek, de bouwsymboliek en de lichtsymboliek. Uit de bouwsymboliek vloeit de filosofie voort  dat de organisatie en haar leden individueel werken aan de Tempel der Volmaking. Werken aan. Die Tempel, ook dat is een symbolische aanduiding van zowel de mens als de wereld, is niet volmaakt en zal dat waarschijnlijk ook nooit worden. Maar de Vrijmetselaar streeft er wel naar. En de blauwdruk voor die bouw is de bouw aan de Tempel van Salomo.

Symbolisch bouwt de vrijmetselaar in de loge mee aan een kathedraal; hij bedient zich hier, net als de oude bouwmeesters, van de gewijde of sacrale geometrie. Aan zichzelf bouwende bouwt hij aan het geheel. En dat is zware arbeid. Om te beklemtonen dat de vrijmetselaar arbeidt, tooit hij zich met handschoenen en schootsvel, zoals zijn operatieve voorgangers dit deden. Deze factor arbeid is merkwaardig voor een geestelijke orde. In geen enkele orde, in geen enkel godsdienstig stelsel, wordt de factor arbeid zo hoog aangeslagen als in de loges van vrijmetselaren. De lichtsymboliek is minder kenmerkend voor de vrijmetselarij dan de bouwsymboliek. Hoewel algemener van karakter is de lichtsymboliek zeker niet minder waardevol dan de bouwsymboliek. De bron van het licht kan door de leden van de vrijmetselarij individueel worden geïnterpreteerd.

 

Tot zover een algemene inleiding. Het is, zo zal iedere vrijmetselaar beamen, volkomen waar en legt precies uit wat vrijmetselarij is maar ik kan me voorstellen dat degene die dit leest  denkt: is dat alles? Of: ik begrijp er nog altijd niets van. Datzelfde geldt voor veel vrijmetselaren. Het is zeker niet eenvoudig om te doorgronden waar het in dit ingewikkelde stelsel nu eigenlijk om gaat. In de vrijmetselarij komt van alles samen dat de moeite van het weten waard is. De ritualen vormen eigenlijk een wegwijzer naar allerlei bronnen van wijsheid. Naar de gnostische mysteriën, de Osiris mythe, de leringen van Hermes Trismegistus, de inwijdingen in de grote piramide, de eredienst rond de godin Isis, de astronomie, de filosofie van Pythagoras, de sacrale geometrie en de kathedralenbouw, de legende van Hiram, de alchemie, de hermetische leer, de rozenkruisers, de filosofie van Plato, de betekenis van de tapijten van de eenhoorn, de graalleer, de tarotkaarten, de kabbala, de boom van de sephirot, de betekenis van Francis Bacon en Shakespeare, het mysterie van de openbaringen van Johannes enzovoort.

 

Zijn deze bronnen interessant? Wij menen van wel. Ze bieden genoeg stof tot nadenken en tot een dialoog over hoe je in de wereld kunt staan.  En zo zou je de vrijmetselarij kunnen zien als een van de hoeders van de oude West Europese waarden.  De vrijmetselarij kan een nuttig instrument zijn om mensen die in alle informatie die tot hen komt en die van “de bomen het bos niet meer zien” de rode draad te laten ontdekken. De wijze van toetreding tot de vrijmetselarij is onderhevig aan een aantal regels en gebruiken die van loge tot loge kunnen verschillen. Maar bij de meeste loges is het zo dat de mens die zoekende is naar antwoorden op zijn levensvragen “aanklopt” op een denkbeeldige deur, die we de poort van de Loge zullen noemen. De betekenis hierachter is al diepzinnig genoeg, hij is gefundeerd op het “zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan, vraagt en u zal worden gegeven”. Dit is hoopgevend niet waar? Blijkbaar bevindt zich dus achter die deur iets wat de moeite waard is. Tegelijkertijd echter wordt duidelijk dat het initiatief uit moet gaan van die mens, dat individu, die zoeker. Men wordt uiteindelijk wel lid van een vereniging, maar het lidmaatschap wordt alleen verworven door inwijding. Daarmee is de vrijmetselarij dus een inwijdingsgenootschap en dat verwijst voor de meeste mensen naar iets mystieks of zelfs iets mysterieus.

Dat is onwaar. De vrijmetselarij is net zo mystiek of mysterieus als de individuele vrijmetselaar wil. De inwijding is alleen een eeuwenoude, doordachte manier om wijsheid door te geven. Hoe iemand dit interpreteert, daar is hij geheel vrij in. Maar het streven is om met dat onnoembare “iets” de mensheid van dienst te zijn. En ook hier is men volledig vrij in hoe men dat doet, op of welke schaal.